Veel problemen in partnerrelaties komen voort uit verschillen tussen partners die zich slecht laten veranderen. Denk aan verschillen in voorkeuren, persoonlijkheid en diepgaande overtuigingen. Bijvoorbeeld, de een heeft veel oog voor netheid en de ander weinig of de een blijft graag samen thuis terwijl de ander liever de deur uitgaat en dingen onderneemt. Er kan dan ruzie ontstaan, partners kunnen elkaar gaan bekritiseren, zich aan elkaar gaan ergeren of elkaar onder druk zetten om te veranderen. Maar met bepaalde onderlinge verschillen kunnen partners maar beter leren leven, tenminste als ze verder willen met elkaar zonder de hele tijd te ruzieën. Anders verzanden partners in een strijd tegen elkaar.
Partners kunnen zo opgeslokt worden door hun onderlinge strijd dat ook problemen die zich wél laten oplossen niet effectief worden aangepakt. Denk aan problemen met werk, school van de kinderen, geld of familie. Het oplossen van dat soort problemen vraagt om onderling overleg en een gezamenlijke houding, niet om onderlinge strijd. Door een gebrek aan acceptatie kunnen de dagelijkse problemen zich opstapelen en ontstaat nog meer relatiestress. Daarom dus eerst accepteren, of op zijn minst tolereren. Tolereren betekent dat je onderlinge verschillen weliswaar niet leuk vindt en er soms ruzie over hebt, maar je maakt je er niet meer zo druk om. Als je dat bereikt – acceptatie of tolerantie – gaat veranderen een stuk makkelijker.
Acceptatie kan passief klinken. Alsof mensen alles wat hun partner doet maar zouden moeten slikken. Acceptatie is echter verre van passief, het is een actief proces. Het houdt in dat partners de onderlinge verschillen tussen hen niet veroordelen, maar deze erkennen en respecteren. Ze proberen zich in te leven in elkaar en te begrijpen waarom hun partner de dingen anders doet, wil of vindt. Idealiter omarmen ze de verschillen tussen hen als iets wat henzelf en hun relatie rijker maakt.
Acceptatie wil niet zeggen dat mensen al het gedrag van hun partner zouden hoeven accepteren. Sterker nog, dat is lang niet altijd een goed idee. Partners kunnen zich heel vervelend gedragen, en bijvoorbeeld verbaal of fysiek gewelddadig zijn naar elkaar toe. Met acceptatie wordt bedoeld dat partners accepteren wie de ander is, inclusief wat die ander voelt, denkt, wil en vindt. Acceptatie heeft dan ook een grens als het gaat om gedrag, maar ook als de onderlinge verschillen tussen partners erg groot zijn. Dan kunnen de behoeften en wensen van een of beide partners in het geding komen.
In de tabel hieronder zie je de leidraad die je als therapeut bij IBCT volgt. Eerst helpt de relatietherapeut stellen om de strijd uit hun relatie te halen (fase 1). Daarna wordt de relatie nieuwe, positieve energie ingeblazen. Partners leren nog beter met elkaar omgaan zodat hun relatie toekomstbestendiger wordt (fase 2). Deze fasen krijgen invulling aan de hand van sessies waarmee je als therapeut bij stellen 5 psychologische en relationele processen stimuleert. Deze processen stimuleren partners om op een betere manier met elkaar om te gaan en positieve veranderingen in zichzelf en de relatie aan te brengen.
Bezie deze leidraad als dynamisch. Je past de leidraad aan aan de behoeften en hulpvraag van cliënten. En, soms merk je dat een bepaald proces meer of juist minder aandacht behoeft en pas je je begeleiding daar op aan. Processen zijn namelijk ‘levend’: ze kennen ups en downs, en zijn nooit ‘af’. Het gaat om de groei.
Hoe je als therapeut stellen kan helpen volgens de IBCT-methode valt te lezen in ‘IBCT relatietherapie: geïntegreerde gedragstherapie voor partners met relatieproblemen’